header image
Home arrow Culture & Traditions arrow Clothing & Crafts arrow De laatste wever
De laatste wever van Hassana PDF Print E-mail

Image
Mettin Olca in Antwerpen
Mettin Olca ontvluchtte in 2000 het geweld tussen het Turkse leger en de Koerdische PKK in het zuidoosten van Turkije. Het conflict waarmee hij en zijn familie niets te maken hadden, had al eerder zijn geboortedorp Hassana verwoest. Hij emigreerde naar Europa en belandde uiteindelijk in Antwerpen. Zoals alle mannen in Hassana was hij een begaafd wever. In 2009 vond hij een manier om een stukje Hassana te integreren in zijn nieuw leven: zijn kleermakerij Zafaran. Maar het zal nooit meer hetzelfde zijn: ‘Ik droom ’s nachts van Hassana en van het klooster Deirulzafaran. Niet van mijn leven in België.’
 
Mettin werd in 1961 geboren in het Assyrische dorp Hassana aan de voet van de berg Judi. Hij groeide er op tussen spinners en wevers. ‘Mannen weefden, vrouwen sponnen. De weefgetouwen werden met eenvoudige middelen in elkaar getimmerd, want een man zonder weefgetouw had geen inkomen. En toch was mijn vader niet dol op het ambacht. Thuis weefde mijn vijf jaar oudere broer en van hem heb ik de basistechniek geleerd. Af en toe mocht ik met stevige woldraden wat uitproberen, want die gingen niet stuk. Na een tijdje kon ik een traditioneel mannenkostuum maken dat uit één kleur bestond.’ Slechts enkele wevers in Hassana beheersten de techniek van het weven in verschillende kleuren en met versieringen. Mettin: ‘Gewoon weven was niet zo moeilijk, kwaliteit leveren was een andere zaak.’
 
Kloosterleven in Tur Abdin
 
Toen Mettin 19 jaar oud was, trouwde hij met Tereza. Hij besefte al snel dat hij niet in Hassana zou blijven. Hij zag het groter, hij wilde geld verdienen en het elders gaan maken. Hij verhuisde met Tereza naar het orthodoxe klooster Deirulzafaran in de christelijke regio Tur Abdin in oostelijk Turkije. Daar wilde hij voor de rest van mijn leven blijven wonen. Hij begon met klusjes op te knappen, tot de bisschop, die in het klooster resideerde, hem vroeg of Mettin zijn persoonlijke chauffeur wilde zijn. ‘Ik had als eerste in Hassana mijn rijbewijs gehaald en ik was heel fier toen de bisschop dat aan mij vroeg. De bisschop was een man naar wie iedereen opkeek. Het klooster was heel populair in Turkije en in het buitenland. Bij de bezoekers waren niet alleen toeristen, maar ook oude vrienden uit Hassana. Het was de beste tijd van mijn leven.’

Image
Het klooster Deirulzafaran in de regio Tur Abdin in het zuidoosten van Turkije
 
Het bleef niet duren. In 1993 werd Mettins geboortedorp Hassana volledig ontruimd op bevel van het Turkse leger. Dat was een moeilijke tijd. ‘Sommige Hasnaye, mensen van mijn dorp, kwamen naar ons klooster, anderen gingen naar de laatste christelijke dorpen in Tur Abdin, en nog anderen vluchtten naar Europa. Ons klooster nam veel christelijke vluchtelingen uit mijn geboortestreek op en zo werd ik een coördinator met allerlei verantwoordelijkheden. Geweldig vond ik dat. Maar ondertussen groeide het geweld in de omgeving. Toen ik met de auto een paar wezen naar school reed, moest ik stoppen in het midden van de weg: voor mij lag een bom. Als ik een beetje verder was gereden, had ik dit nu niet kunnen vertellen. Toen besefte ik dat ik moest vertrekken met mijn vrouw en mijn vier kinderen. Dat deed veel pijn.’
 
Weggeplukt door Betet Skara
 
In het klooster Deirulzafaran hield Mettin zich niet bezig met weven.  Daar was geen tijd voor en hij had er ook geen zin in, hij had andere dingen te doen. Maar toen hij met zijn gezin in 2000 naar België kwam, werd hij al snel weggeplukt door het gesubsidieerde Antwerpse atelier Betet Skara, wat Huis van de Wevers betekent in het Aramees. ‘Waarschijnlijk dachten ze: een Assyriër uit Hassana, die kan zeker weven! Mijn gezin en ik waren een paar jaar na de meeste Hasnaye weggevlucht uit Turkije. In Betet Skara zag ik oude vrienden, andere wevers, terug. Ik kreeg meteen een job aangeboden en toen is mijn weefcarrière pas echt begonnen. In Hassana had ik enkel de basis geleerd, in Betet Skara leerde ik weven met moderne technieken en stoffen. Ik moest geen traditionele shella kostuums maken, maar me vooral bezighouden met het  kunstzinnige aspect van mode. Het duurde een jaar voor ik alles echt onder de knie had. Daarna heb ik met twee andere Assyrische wevers kleding gemaakt die besteld was door beroemde Antwerpse modeontwerpers en die tot op de Parijse catwalks werd geshowd. We wonnen prijzen en het grote succes lonkte, we gingen de hele wereld veroveren. Het is anders gelopen. In 2006 werden de subsidies voor Betet Skara ingetrokken. Daarzonder konden we niet overleven. Ik was werkloos, terug naar af.’
 
Nieuw Zafaran
 
Image
Mettin aan het werk in zijn atelier
Ondertussen had Mettin kunnen sparen en zijn kinderen een goede opleiding kunnen geven. Zijn oudste dochter werkte al toen hij zijn job verloor en ze hielp mee het huishouden ondersteunen. Mettin leende wat geld van haar, en zo kon hij met dat geld en zijn eigen spaargeld in 2009 een klein bedrijfje opstarten. Zijn eigen kleermakerij en naaiatelier Zafaran. ‘Je merkt het al aan de benaming van mijn zaak, ik mis dat klooster in Tur Abdin heel erg. Het was mijn thuis en ik wilde toch iets ervan bewaren, zeker na het overlijden van de bisschop die me zoveel kansen had gegeven. Nu heb ik met mijn gezin hier in Antwerpen een nieuwe thuis gevonden. Ik verdien niet slecht. Veel Vlamingen komen naar mijn winkel om verstelwerk te laten doen aan kledingstukken en ik heb een heel goed contact met hen. Mijn kinderen wilden een website voor me maken om zo reclame te maken voor mijn zaak, maar ik zie niet in hoe ik nog meer klanten zou kunnen bedienen.’
 
Eén enkele keer wil Mettin nog wel eens weven. Hij had eerst in zijn winkel een weefgetouw staan, maar het was zo groot dat hij het moest opbergen. ‘Als iemand vraagt of ik iets wil weven, doe ik dat graag, maar dan moet er ook voor worden betaald. Ik sta hier in mijn winkel om centen te verdienen en niet om praatjes te maken. Zafaran is mijn leven, mijn inkomen. Niemand anders kan dat voor mij verdienen. Mijn broer zat op een keer in de winkel te praten met een klant. Toen ik dichterbij kwam, hoorde ik hem wijze raad geven aan die klant, zo van: maar meneer koop toch een nieuwe jas in plaats van dat oude ding te laten verstellen, dat gaat meteen weer kapot. Ik verzeker je, dat heeft mijn broer geweten, hij stond snel weer buiten!’ Mettin Olca heeft zijn keuze gemaakt. Tijd is geld, de weverij zoals die in Hassana werd beoefend is verleden tijd. En dromen zijn bedrog, maar ze blijven wel rondspoken in de slaap van de laatste wever: ‘Ik droom ’s nachts van Hassana, van Tur Abdin, van het klooster Deirulzafaran. Niet van mijn leven in België.’

Tekst en illustraties - Katelin Raw - Mei 2011