header image
Home arrow Culture & Traditions arrow Community & Customs arrow Assyrische vrouwen
Assyrische vrouwen - hun verhaal in lief en leed PDF Print E-mail

Het leven van de Assyrische christenen is danig veranderd sinds ze een paar decennia geleden hun geboortedorp Hassana in het zuidoosten van Turkije ontvluchtten. Uiteindelijk hebben ze in Mechelen een veilig onderkomen gevonden. De nichtjes Silvan Begtas (32) en Fehime Ceylan (29) praten met hun grootmoeder Guli Duru (83) over vroeger en nu, over Assyrische tradities en over wat jongeren en ouderen bindt en scheidt

Image
Hassana generaties - oma Guli met kleindochters Silvan (l) en Fehime (r)

Silvan en Fehime herinneren zich nog heel goed hoe ze omstreeks 1985 naar België zijn gekomen. Fehime heeft eerst in Duitsland gewoond en daarna zat ze met haar familie een half jaar in een vluchtelingencentrum in Brussel. ‘Het was niet menselijk, de kleine kamers waren overbevolkt,’ vertelt Fehime. ‘In Mechelen hebben we ons echt gesetteld. Het was vooral voor de oudere generatie een hele aanpassing. Onze ouders leven van de bijstand, ze hebben hier nooit werk gevonden omdat ze nooit voldoende Nederlands hebben geleerd.’

Dorpsleven en hoofddoeken

Silvan keerde vorig jaar voor het eerst terug naar Turkije. Ze mocht haar geboortedorp Hassana enkel op eigen risico bezoeken, omdat er volgens de Turkse militairen nog overal mijnen zouden liggen. ‘Toch kreeg ik een heel mooi gevoel toen we de landweg opreden die naar het dorp leidt. Ik herinnerde me mijn jeugdjaren, alles kwam terug.’ Fehime zwakt dat romantische gevoel af. Het leven in Hassana was veel moeilijker dan in Mechelen. De Assyrische dorpsbewoners moesten alles zelf doen, de mannen werkten op het land, de vrouwen deden het huishouden en bakten brood. ‘Het echte dorpsleven,’ lacht Fehime. Geboortes werden vaak een hele tijd later aangegeven in het naburige Turks-Koerdische stadje Silopi. 'We kennen onze juiste geboortedatum niet,’ zegt Silvan. ‘Als we het aan moeder vroegen, zei ze dat het toen winter was of dat de bladeren van de bomen vielen. De ouders lieten hun kleine kinderen inschrijven wanneer het hun uitkwam en in Silopi koos de ambtenaar gemakshalve een fictieve datum, meestal de eerste januari. Die geboortedatum vind je dan ook op vele Turkse identiteitskaarten van Mechelse Assyriërs.’

Silvan draagt een strakke jeans en Fehime een nauwsluitende rok. Ze zijn beiden vertaler-tolk van beroep en ze ogen zeer modern en geëmancipeerd. Hun kleding zegt veel, maar niet alles. Fehime bekent dat ze de Assyrische traditie in ere wil houden. Later dan. In Hassana droegen de vrouwen altijd lange gebloemde rokken en Fehime neemt zich voor als oudere vrouw enkel nog dergelijke lange rokken te dragen. En hoofddoeken? Dat is een andere kwestie. Volgens Fehime waren Assyrische vrouwen in Hassana niet verplicht het hoofd te bedekken. Ze droegen een hoofdsjaal om zich vrijer te kunnen bewegen in het dorp of als ze op zondag naar de mis gingen in de dorpskerk. ‘In Turkije mocht een vrouw de kerk niet binnen zonder hoofddoek, hier in België is dat snel veranderd en wordt de hoofddoek enkel nog uit gewoonte gedragen door oudere Assyrische vrouwen.’ Nochtans blijft ook voor Assyrische jongeren het christelijke geloof heel belangrijk. Silvan en Fehime geven toe dat de oudere generatie Assyriërs in Mechelen vaker naar de kerk gaat, hun oma Guli gaat elke zondag. Jonge Assyriërs gaan enkel nog op feestdagen, maar ook bij hen is het geloof diep geworteld, het betekent veel meer dan nu en dan een misviering bijwonen. ‘Trouwen met een man van je eigen geloof is voor ons héél belangrijk,’ zegt Fehime

Vaders wil is wet

Image
Silvan en Fehime - Assyrisch verbonden in Mechelen

Fehime en Silvan zijn beiden gehuwd met een man uit de Assyrische gemeenschap. Hoe is de relatie tussen man en vrouw in de Assyrische cultuur en is die relatie gewijzigd in Mechelen? Fehime en Silvan zien weinig verandering. Oma Guli had geen goede relatie met haar man. ‘We hadden een moeilijk huwelijk, het was dikwijls oorlog,’ lacht Guli. ‘Mijn man regelde alles, het werk, de financiële zaken. Voor ik naar België kwam, wist ik niet eens hoe je met geld moest omgaan. Mijn man had het altijd voor het zeggen en er werd van mij verwacht dat ik hem gehoorzaamde.’ Fehime kan goed begrijpen wat haar oma heeft moeten doormaken, want volgens haar is de vrouw in de huidige Assyrische cultuur nog steeds ondergeschikt aan de man. ‘Onze jongere vrouwen aanvaarden dat niet altijd,’ zegt Fehime. ‘De vrouw moet het huishouden doen en de man werkt buitenshuis. Dat ouderwetse patroon vinden vele Assyrische mannen heel normaal. Mijn man ook, hij is een van de ergste.’ Met een voltijdse job en de zorg voor de kinderen heeft Fehime de handen meer dan vol. Een man die haar helpt in het huishouden zou alles wat gemakkelijker maken, maar dat gebeurt niet. ‘Na mijn werk moet ik me haasten om de kinderen op te halen en het avondeten te bereiden. Als meneer thuiskomt van zijn werk, zet hij zich aan tafel en daarna kijkt hij tv. Dat gaat zo in vele jonge Assyrische gezinnen. Het is toch schandalig, wij verdienen dat niet. Maar als je onze mannen daarop aanspreekt, krijg je te horen dat je dan maar geen vrouw had moeten zijn.’

In Assyrische gezinnen is de opvoeding van de kinderen de taak van de moeder, maar in feite bepaalt de hele gemeenschap met haar culturele tradities wat mag en niet mag. Vroeger in Hassana had oma Guli niet veel tijd om na te denken over opvoeding. ‘Een baby van enkele maanden liet je thuis achter als je ging werken op het land,’ vertelt Guli. ‘De helft van de pasgeborenen overleefden toen niet. Jonge kinderen liepen in Hassana voortdurend op straat, de ouders moesten met hard werken de kost verdienen en ze hadden niet veel tijd om bezig te zijn met hun kroost. Er was een lagere school met een Turkse onderwijzer in het dorp, maar het maakte niet veel verschil of de kinderen daar nu wel of niet waren, ze leerden er toch niets.’ Silvan en Fehime waren acht en zes jaar toen ze naar België kwamen. Zij hebben een betere opvoeding gekregen, maar die was daarom niet minder streng. Fehime: ‘We mochten nooit uitgaan, in feite mochten we niets. Als we ’s avonds ergens heen wilden, gingen we langs bij een nichtje en dat was het dan.’ Silvan heeft hetzelfde ervaren: ‘Ik mocht nooit mee op schoolreis en een vriendje hebben kon helemaal niet. Toch is het nooit bij me opgekomen tegen mijn ouders in te gaan. Ik zou me daarvoor schamen. Zelfs nu ik gehuwd ben, zal ik mijn ouders niet tegenspreken.’ De dochters van Silvan en Fehime zullen later op hun beurt moeten leven met een heleboel beperkingen. Fehime: ‘Ze mogen een beetje uitgaan tot een bepaald uur, als ik maar weet waar ze zijn, wat ze daar doen en met wie ze er zijn.’

Nooit meer moslims

Image
Het dorp Hassana in ZO Turkije 2004 - ru´nes en herinneringen

In de Assyrische gemeenschap wordt er niet openlijk over seks gepraat. Assyrische jongeren die te snel met seks beginnen, moeten rekening houden met rampzalige gevolgen volgens Silvan: ‘We zijn een hele hechte groep. Als een jongen seks heeft met een meisje, moet hij met haar trouwen. Als dat niet gebeurt, wordt ze als een hoer beschouwd. Ze krijgt een slechte naam, ze wordt uitgesloten en kan maar beter verhuizen, liefst naar een ander land. Je familie te schande maken is een echte misdaad in de ogen van de hele Assyrische gemeenschap.’ Hoe ging het er vroeger in Hassana aan toe? Jongens en meisjes hadden geen omgang met elkaar en als dat toch gebeurde, brak de hel los. Familievetes met gewelddadige gevolgen, bloed en tranen. Bij een huwelijk werd er volgens oma Guli een bruidsschat gevraagd. De bruidegom moest die betalen aan de bruid en het dorpshoofd bepaalde het bedrag ervan, de waarde in geld, juwelen of goederen. Vroeger werden er ook Assyrische meisjes ontvoerd door Koerden die geen bruidsschat konden betalen en toch aan een vrouw wilden geraken. Die meisjes waren verloren voor de dorpsgemeenschap – ze waren onteerd, ze huwden met een moslim en moesten zich noodgedwongen bekeren tot de islam. Silvan merkt op dat het niet altijd zo zwart-wit was: ‘De laatste jaren in het dorp gebeurde het minder en de meisjes die zogenaamd werden ontvoerd, gingen dikwijls mee uit vrije wil.’

Het is me wat met al die tradities. Oma Guli vindt dat er veel verloren is gegaan. ‘Het doet me verdriet,’ zegt ze. ‘Vroeger in het dorp hadden de kinderen meer respect voor hun ouders, ze drongen hun wil niet op, ze waren gehoorzaam. Door al die vrijheid die ze hier in België nu krijgen, lopen ze in hun ongeluk.’ Dat is net waar ook haar kleindochter Fehime bang voor is. Ze vreest dat ze haar invloed op haar kinderen vroeg of laat zal verliezen. Ze groeien op in Mechelen, ze gaan er naar school, ze kiezen hun vrienden zelf. En ooit komt er een vrijer. Fehime: ‘Ze mogen hun huwelijkspartner kiezen, maar liefst een Assyriër. Als mijn dochter naar huis komt met een Marokkaan, zal ze snel weten hoe laat het is.’ Dat haar dochter een relatie zou beginnen met een moslim is een echte nachtmerrie voor Fehime. ‘Silvan en ik waren kleine meisjes toen we wegvluchtten uit Turkije en hier in Mechelen zegden onze ouders voortdurend dat we niet met moslims mochten omgaan. We mochten op school geen Marokkaanse vriendinnen hebben en moslimmeisjes mochten ook niet bij ons thuis komen.’ Het zit diep, maar nog veel dieper bij oma Guli. Ze reageert heel bitter als ze het heeft over de vlucht uit Turkije en de verwoesting van haar dorp. Allemaal de schuld van de moslims. ‘Ze mogen ze allemaal de keel oversnijden!’ besluit ze. Oma Guli heeft een leven lang oog in oog met de vijand gestaan, die bittere ervaring raakt ze nooit meer kwijt. Het is te hopen dat voor haar kleindochters Fehime en Silvan een beter en breder bestaan is weggelegd.  

Tekst & illustraties - Anke Geelen & Dorien Baetens