header image
Home arrow Homeland arrow Turkey arrow Een Assyrische genocide
Macht op de kale berg PDF Print E-mail

Op de berg Judi in het zuidoosten van Turkije zijn rotspanelen uitgehouwen met inscripties en afbeeldingen van een Assyrische koning. Ze dateren van eeuwen voor Christus en ze gedenken een massamoord. Dit is het verhaal van de zoektocht naar die rotsreliëfs. Een verhaal van oorlog en exploratie op eenzame hoogte.
       

Image
Landschap aan de voet van de berg Judi in het zuidoosten van Turkije

Het is gekkenwerk, twee nietige figuren tegen de kale bergflank. Melkan klimt sneller, een dertiger die het landschap van zijn jeugd terugvindt. Ik ben al blij als mijn voeten houvast vinden op de steile helling. Het is juli, de hitte weegt als lood op het gebergte dat boven ons oprijst. We zoeken de richel hogerop, waar de afbeelding is uitgehouwen in de rotswand. Het lukt niet, de Steen van de Afgod – Keep d-sanama in Melkans Aramese moedertaal – is weggedrukt in verblindend zonlicht. De afdaling verloopt nog moeizamer. We rusten uit in het gras bij een overwoekerde kerkruïne. Aan de overkant van het ravijn waarin bergwater naar de vlakte van de Tigris stroomt, liggen de verwoeste huizen van Hassana, het geboortedorp van de meeste Assyrische christenen die nu in België wonen. Het dorp is eind 1993 ontruimd op bevel van het Turkse leger en het hele gebied van de berg Judi in zuidoostelijk Turkije is militaire zone, ontoegankelijk voor de vroegere bewoners en verboden voor buitenlanders zoals ik. Dat we toch zo ver zijn geraakt hebben we te danken aan Koerdische hulp ter plekke.

Melkan is teleurgesteld, we hebben de Steen van de Afgod niet gevonden. De afbeelding van een Assyrische vorst in de rotswand boven hun dorp bewijst voor de mensen van Hassana dat zij de oorspronkelijke bewoners van de regio zijn, afstammelingen van de oude Assyriërs die in voorchristelijke tijden over Mesopotamië heersten vanuit hun hoofdstad Ninive. Wie was die Assyrische voorouder op het rotsreliëf boven Hassana?  ‘Een machtige vorst,’ zegt Melkan, ‘Met zijn beeltenis wilde hij zijn stempel drukken in de rots van Judi: dit is mijn land.’ Heel jammer dat ik die mythische figuur niet met eigen ogen heb kunnen zien.

Er is een Assyrische heerser afgebeeld boven Hassana en hij staat ook op een vijftal andere rotsreliëfs boven Shakh, een ander verlaten dorp ten westen van Hassana. Hij was echter geen goedhartige leider die vrede en welvaart bracht, hij was een wreedaardige veroveraar die het bergland van Judi verwoestte en de bewoners uitmoordde. Maar dat wist ik toen nog niet, die hete zomerdag in het verwoeste en verlaten Hassana. De christelijke Assyriërs van Hassana, zelf op de vlucht geslagen voor recenter oorlogsgeweld in hun geboortestreek, koppelen hun voorgeschiedenis aan een stedenverdelger en tirannieke krijgsheer. De rotsreliëfs op de berg Judi verwijzen naar één historische figuur: de Assyrische koning Sennacherib of Sanherib, die tijdens de beginjaren van de zevende eeuw voor Christus heerste over het Nieuw-Assyrische Rijk in het Tweestromenland tussen Tigris en Eufraat.

Het Prisma van Sanherib

Image
Sanherib - Sennacherib
Sanherib heerste over het Nieuw-Assyrische Rijk van 705 tot 681 voor Christus. Hij breidde de hoofdstad Ninive uit en liet er zijn residentie, het zogenaamde ‘paleis zonder zijn gelijke’ bouwen. Zijn kleinzoon Assurbanipal stichtte de bibliotheek van Ninive, waar duizenden kleitabletten de oude Babylonische cultuur bewaarden. In die bibliotheek werden vele eeuwen later ook de kleitabletten met het  Gilgamesj-epos opgegraven. Na Assurbanipal ging het Assyrische Rijk ten onder, toen Babyloniërs en Meden Ninive verwoestten in 612 voor Christus. Dat gebeurde decennia na de dood van Sanherib. Onder zijn heerschappij was het Rijk nog oppermachtig. Sanherib belegerde en verwoestte Babylon en hij liet zijn veldtochten vereeuwigen op het zogenaamde Prisma van Sanherib, gedateerd omstreeks 690 voor Christus. Dat is een zuil met op de zes vlakken vijfhonderd regels  spijkerschrift over zijn militaire campagnes. Het Prisma werd in 1830 opgegraven in de ruïnes van Ninive en nadien overgebracht naar het British Museum in London.

De derde campagne van Sanherib was zijn veldtocht tegen de Joden en de belegering van Jeruzalem. Die episode wordt ook uitvoerig beschreven in het Oude Testament van de  Bijbel, in Koningen, Tweede Boek, Hoofdstuk 18 en 19.  Hizkia, koning van Judea, kwam omstreeks 700 voor Christus in opstand tegen koning Sanherib van Assur. Sanherib rukte op tegen de versterkte steden van Judea en nam ze in. Hizkia verschanste zich in Jeruzalem en betaalde schatting, hij gaf de koning van Assur dertig talenten goud en al het zilver in de tempel. Daarop liet Sanherib Jeruzalem belegeren en door zijn woordvoerder verkondigen dat de verschanste Joden ‘hun eigen drek zullen moeten eten en hun eigen water zullen moeten drinken.’ Sanherib spotte met de God van de Joden en eiste de overgave van Jeruzalem. Koning Hizkia bad in de tempel om de hulp van Jahwe. Zijn gebed werd verhoord: ‘Die nacht trok de engel van Jahwe uit en hij doodde in de legerplaats van de koning van Assur 185.000 man: ’s morgens vroeg lagen er niets dan lijken. Sanherib, de koning van Assur, brak op, keerde naar zijn land terug en bleef in Ninive.’ ( Koningen II, 19, 35-36).

Op het Prisma van Sanherib werd de campagne anders voorgesteld, daar is de Assyrische koning de grote overwinnaar. Sanherib liet neerschrijven dat hij de omwalde steden van de opstandige Hezekiah de Judeeër belegerde en veroverde en dat hij Hezekiah zelf ‘als een gekooide vogel’ opsloot in Jeruzalem. De hulptroepen die Hezekiah had ingehuurd, deserteerden en Hezekiah zond boodschappers naar Ninive om zich te onderwerpen en schatting te betalen: 30 talenten goud, 800 talenten zilver, allerlei kostbaarheden en bovendien zijn dochters, zijn harem en zijn mannelijke en vrouwelijke muzikanten.

Een Assyrische genocide

Image
Judi Dagh - het gebergte dat Sanherib veroverde in 697 voor Christus

Sanherib ging in zijn campagnes tot op het bot. Hij rukte op, plunderde de veroverde gebieden leeg en liet puinhopen achter. Dat gebeurde net zo goed tijdens zijn vijfde campagne in 697 voor Christus. Die was gericht tegen het bergvolk in zijn versterkte woonplaatsen op de berg Judi, die op het Prisma van Sanherib de berg Nipur wordt genoemd. De tekst op het Prisma luidt in vrije vertaling als volgt: ‘Tijdens mijn vijfde campagne trok ik op tegen de bewoners van de steden Tumurru, Sharum, Ezama, Kibshu, Khalbuda, Kua en Kana, die niet onderworpen waren aan mijn bewind. Hun verblijfplaatsen waren als nesten van de arend, koning der vogels, gelegen op de hoogten van de steile berg Nipur. Ik sloeg mijn kamp op aan de voet van de berg Nipur en als een sterke bergstier leidde ik mijn uitverkoren lijfwacht en mijn meedogenloze krijgers naar boven. In mijn draagstoel stak ik kloven, ravijnen, hellingen en rotspieken over. Waar het te steil was voor mijn draagstoel, stapte ik verder. Als een steenbok klom ik naar de hoge toppen boven hen. Waar mijn knieën rust vonden, zat ik neer op een rotsblok en dronk koud water van de waterzak om mijn dorst te lessen. Ik achtervolgde hen te midden van de beboste heuveltoppen en overweldigde hen. Ik veroverde hun steden en nam de buit mee. Ik verwoestte, ik vernietigde, ik liet platbranden.’

Aldus de getuigenis van Sanherib, veroveraar en hemelbestormer. Over zijn slachtoffers, het bergvolk dat toen op Judi woonde, is verder weinig bekend. Het kunnen Oerartiërs zijn geweest, voorlopers van de latere Armeniërs. Oerartoe, een koninkrijk aan het Vanmeer, had in die tijd zijn zuidgrens opgeschoven naar het Judigebied en bedreigde de Mesopotamische vlakte waar de Assyrische koningen heersten. Werd het Judigebied na Sanheribs invasie voor langere tijd bezet en ingelijfd bij het Assyrische Rijk? Dat is mogelijk. In de paleisruïne van Sanherib zijn bij de archeologische opgravingen witgevlekte sierstenen aangetroffen die afkomstig zijn van de Judiberg. Eén ding is zeker: de oudere bergbewoners van Judi zijn begin zevende eeuw voor Christus uit de geschiedenis weggebrand door koning Sanherib uit Ninive, die een Assyrische genocide aanrichtte in dat gebergte. En de herinnering aan zijn exploten liet vereeuwigen in rotsreliëfs boven Hassana, het laatste dorp van de Assyrische christenen in de schaduw van de berg Judi.

Van Ninive tot Hassana

Het voorchristelijke Assyrische Rijk en de legendarische hoofdstad Ninive lagen bedolven onder het stof van de mythologie tot het midden van de negentiende eeuw. In 1842 begon Botta, de Franse consul in Mosoel, met opgravingen aan de overkant van de Tigris. Hij vond het paleis van de Assyrische koning Sargon II, de vader van Sanherib. Enkele jaren later startten de Brit Austen Layard en zijn assistent, de uit Mosoel afkomstige christelijke Assyriër Hormuzd Rassam, opgravingen in Ninive. Tijdens hun tweede expeditie (1849-51) ontdekten ze het paleis van Sanherib. Toen Layard zich uit de archeologie terugtrok, nam Rassam de leiding over. In 1853 groef hij in Ninive het paleis van de Assyrische koning Assurbanipal op en vond er de paleisbibliotheek met de kleitabletten van het Gilgamesj-epos. Het Assyrische Rijk kwam onder het woestijnzand vandaan en werd opnieuw historische realiteit. Het is dan ook geen toeval dat twee pioniers van de assyriologie, Layard en Rassam, voor het eerst melding maakten van de Assyrische rotsreliëfs van Sanherib op de berg Judi.

Image
Rotspaneel boven Hassana (Foto G Bell)
Layard beëindigde zijn archeologische missie in de ruïnes van Ninive in 1851. Tijdens zijn terugreis vanuit noordelijk Irak naar Engeland kwam hij langs de berg Judi en ontdekte er het rotsreliëf dat de huidige Assyrische christenen van Hassana Keep d-sanama, de Steen van de Afgod, noemen. Layard identificeerde de afgebeelde figuur als de Assyrische koning Sanherib en vermeldde zijn ontdekking in zijn boek Discoveries in the Ruins of Nineveh and Babylon (1853): ‘Sennacherib [Sanherib] richtte monumenten op en liet gedenkplaten met het verhaal van zijn overwinningen uithouwen in de vele gewesten die hij bezocht en onderwierp. Tijdens mijn reis naar Europa vond ik een van zijn gedenkplaten bij het dorp Hassana, dat merkwaardig is door zijn ligging aan de voet van de berg Judi, waar volgens wijdverbreide oosterse traditie de Ark van Noach strandde na de Zondvloed.’ Méér informatie over zijn vondst verschaft Layard niet. Dertig jaar later ontdekt Rassam de andere Assyrische rotsreliëfs boven het dorp Shakh ten noordwesten van Hassana.

Rassam in Shakh 

Hormuzd Rassam publiceert in 1897 het boek Asshur and the Land of Nimrod. Het is het autobiografische relaas van zijn exploraties in Mesopotamië. Tijdens de nazomer van 1880 reist Rassam vanuit Van in oostelijk Turkije naar Bagdad. In Van heeft hij vernomen van een Koerdische landheer dat er oude bas-reliëfs te vinden zijn in een grot bij het dorp Shakh, enkele mijlen ten oosten van de stad Cizre aan de Tigris. Rassam bereikt Cizre en de uitlopers van de berg Judi op 21 september. Na een snelle rit van drie uur te paard is hij in Shakh, waar hij gastvrij wordt onthaald door de weduwe van de plaatselijke Koerdische heerser. De dame van stand, zoals Rassam haar noemt, geeft hem onderdak in haar ruime woning buiten het dorp en laat hem druiven, honiggraten en gestremde melk bezorgen. Een meevaller, want de armzalige hutten van de dorpelingen vindt hij maar niks. In Shakh wonen Koerdische moslims en Nestoriaanse christenen en beide bevolkingsgroepen zijn er even slecht aan toe. Vroeger onderdrukten de Koerden van Shakh hun christelijke buren, maar nu worden ze met z’n allen uitgebuit door hun Turkse overheersers. Het dorp is gelegen ‘in de meest pittoreske vallei in dat deel van Koerdistan’, het is omringd door boomgaarden en overal stroomt bergwater. Onder fatsoenlijk bestuur zou het volgens Rassam een prachtige plek zijn om er de zomer door te brengen.

Image
Rassam ontdekte Assyrische rotspanelen op Judi in 1880

De volgende ochtend gaat Rassam met Koerdische en Nestoriaanse gidsen naar de overkant van het ravijn. In de grot vindt hij enkel een soort rotsaltaar, maar de gidsen vertellen hem dat er heel oude afbeeldingen zijn gegraveerd hoog op de berg boven Shakh. Ze gaan op weg. Op ongeveer 1.500 voet boven de vallei ontdekt Rassam de rotsreliëfs.  De bas-reliëfs en de inscripties zijn telkens dermate beschadigd, dat de papieren afdrukken die Rassam maakt zo goed als onbruikbaar zijn. Hij schrijft dat hij wat graag een geleerde in de Assyrische wetenschap bij zich had gehad om ‘de pijlpunttekens’ te kopiëren die wellicht van grote waarde zijn voor de studie van de Assyrische geschiedenis. Die geleerde, geschoold in de studie van het spijkerschrift, was toen niet beschikbaar. Rassam zegt niet hoeveel rotsreliëfs hij heeft aangetroffen. Hij vermeldt enkel dat ze moeilijk te bereiken zijn zonder een ervaren gids die de bezoeker kan leiden naar die afgelegen plek op de berg Judi. Zijn waarschuwing zal de volgende bezoeker niet afschrikken. 

Grondig onderzoek 

Leonard William King was archeoloog en expert in de studie van het Akkadisch, het spijkerschrift dat de oude Assyriërs gebruikten als schrijftaal op kleitabletten en stenen panelen. Het is wachten op zijn komst naar de berg Judi. Tijdens opgravingen in Ninive in de herfst van 1903 verneemt hij van een Amerikaanse zendeling wat een Koerd uit Shakh heeft verteld: ergens boven dat dorp is een stenen man afgebeeld. Eind juni 1904 is King in Shakh. Hij brengt drie dagen en twee nachten door in het gebergte boven het dorp en ontdekt er zes Assyrische rotsreliëfs, waarvan vijf met inscripties en de figuur van koning Sanherib. Hij neemt foto’s, meet de panelen op en kopieert de inscripties. Koerden uit Shakh voeren twee keer per dag drinkwater aan en King slaapt op een platform van losse stenen, opgestapeld onder het paneel dat hij tot zonsondergang heeft bestudeerd. 

Image
Rotspaneel I boven Shakh (Foto G Bell)
Pas na zijn terugkeer naar Engeland leert King dat de in 1910 overleden Hormuzd Rassam zijn voorganger is geweest in Shakh. Volgens Rassam heb je daar een ervaren gids nodig. Dat heeft King al eerder beseft, hij heeft een zeer gedetailleerde beschrijving nagelaten van zijn route in 1904. Hij geeft de kompasrichtingen aan en vermeldt de tussentijden van de klimpartij naar de panelen. Vanuit het dorp is Paneel I, dat naar het zuiden is gericht, te bereiken na een klim van veertig minuten. Paneel II, noordelijk gericht, ligt vijfentwintig minuten verderop. Pal ten noorden ervan, een vijftal minuten vanaf het vorige paneel, ligt Paneel III in een kloof in de rots. Paneel IV is tien minuten verder, een klim noordnoordwest. Dit is het hoogst gelegen paneel. Paneel V en het onvoltooide Paneel VI zijn uitgehouwen in een vlakke rots. Ze liggen een tiental meters onder Paneel III en om ze te bereiken moet men afdalen langs de steile bergrug. Het lijkt al bij al een hele onderneming. Een flegmatieke Britse geleerde als L W King laat zich echter niet afleiden. Hij heeft Koerdische helpers, hij slaapt desnoods op stenen, hij volgt het kompas van zijn exploratiedrang. 

King noteert nauwkeurig alles wat bewaard is gebleven in de uitgehouwen rechthoek van elk rotspaneel. Koning Sanherib staat er ten voeten uit, in karakteristieke pose met hoofdtooi, gekrulde baard en lang gewaad. Hij heeft zijn rechterarm opgeheven naar symbolen die de Assyrische goden voorstellen en in zijn linkerhand houdt hij de scepter met bolvormig bovenstuk. Sanherib is rechts geplaatst, hij kijkt naar links en tegenover hem zijn de inscripties gegraveerd waarvan het onderste gedeelte doorloopt over zijn gewaad. Op Paneel III in de rotskloof staat de koning meer centraal en de inscripties vullen de beide vlakken naast hem. Het eerste Assyrische reliëf boven Shakh toont de omgekeerde opstelling:  Sanherib is daar links geplaatst en de inscripties staan op het rechtervlak. Dit is eveneens zo voor het rotspaneel boven Hassana. King had geen tijd over om zelf naar Hassana te gaan, maar hij heeft dat paneel na zijn vertrek uit Shakh laten fotograferen door een ex-collega van hem, die hem ook een kopie van het bewaard gebleven deel van de inscriptie heeft bezorgd.

Image
Het best bewaarde Assyrische rotspaneel boven Shakh (Foto G Bell)

King vergelijkt de 52 regels spijkerschrift op het best bewaarde rotsreliëf, Paneel II, met de  inscripties op de andere rotspanelen boven Shakh en Hassana. Ze verkondigen steeds dezelfde boodschap van oppermacht en massamoord. Koning Sanherib aanroept de Assyrische goden Ashur, Sin, Shamash, Adad, Ninib en Ishtar die hem bijstaan en hem - Sennacherib, de machtige koning, heerser over de wereld, koning van Assyrië, verheven vorst - met razend wapengeweld laten triomferen over al zijn vijanden. De inscripties vervolgen met het verhaal van de vijfde campagne, zoals ook vermeld op het Prisma van Sanherib. De opstandige steden, arendsnesten op de berg Nipur of Judi, worden door hun goden in de steek gelaten als de Assyrische koning de Tigris oversteekt en zijn kamp opslaat aan de voet van de berg. Hij overwint alle moeilijkheden bij het bestijgen van de berg met zijn geweldige krijgers, hij verwoest de versterkte woonplaatsen en moordt het verslagen bergvolk uit. De inscriptie bevestigt verder dat hij, Sanherib, het rotspaneel heeft laten uithouwen om zijn oorlogscampagne te vereeuwigen en ze eindigt met de vervloeking van al wie de gegevens op het paneel beschadigt. Moge de wraak van Ashur hen vernietigen.

Foto’s van Gertrude Bell

In 1913 publiceert King het verslag van zijn exploratie boven Shakh onder de titel Some Unpublished Rock-Inscriptions of Sennacherib on the Judi Dagh. Ondertussen heeft de Britse ontdekkingsreizigster en archeologe Gertrude Bell de berg Judi bezocht. Gertrude Bell is een uitstekende fotografe, ze heeft een immens archief nagelaten en haar beeldmateriaal van de Assyrische rotspanelen is van betere kwaliteit dan de foto’s die King heeft ingelast in zijn exploratieverslag. Midden mei 1909 brengt Bell drie dagen door in Hassana. Ze verkent de omgeving met priester Mattai en zijn jongere broer Shimun. Boven het dorp fotografeert ze het rotspaneel van Sanherib, dat de Assyrische christenen van Hassana Keep d-sanama, de Steen van de Afgod, noemen.

Image
Assyrisch rotsreliŽf (Paneel V) boven Shakh (Foto Gertrude Bell 1909)

De vroege ochtend van de 15de mei trekt Gertrude Bell met Shimun als gids door het gebergte in westelijke richting. Ze rijden twee uur door eikenbossen en steken de bergengte over waarin het moslimdorp Evler, het huidige Hisar, ligt. ‘De onvergelijkbare schoonheid van die valleien is niet te vatten,’ schrijft Bell naderhand.  Een uur later komen ze aan in Shakh, een Nestoriaans dorp volgens Bell. In haar dagboek noteert ze wat ze die dag heeft aangetroffen boven Shakh. Na een tocht van drie kwartier bereikt ze het eerste rotspaneel, dat erg beschadigd is. Een steile klim van een half uur brengt haar bij het tweede paneel. Dat is zeer goed bewaard en hier maakt ze de beroemde foto met de Assyrische christen Shimun rechts naast de afbeelding van de Assyrische koning Sanherib. Dan daalt ze af in het ravijn onder een hoge rotsmassa en een kwartier later fotografeert ze het Assyrische reliëf dat King Paneel V heeft genoemd. Bell noteert dat er hier haast niets overblijft van de inscriptie. Ze is samen met Shimun hoger geklommen naar de bergkam, maar ze heeft het hoogste reliëf, Paneel IV bij King, niet gevonden. Ze besluit in haar dagboek: “We rustten uit, aten chocolade, dronken water en keerden dan terug naar Shakh.’  

De laatste bezoeker

Wat is er sindsdien geworden van de Assyrische rotspanelen op de berg Judi? In 1978 stichten radicale Koerden de Koerdische Arbeiderspartij PKK, die autonomie opeist voor Turks Koerdistan. Na de militaire staatsgreep van 1980 escaleert het geweld in Turkije. In het oosten van het land voert de PKK aanslagen uit op Turkse doelwitten. Het Turkse leger reageert met harde represailles, het Judigebergte in ZO Turkije wordt de brandhaard van een vuile oorlog tussen Koerdische rebellen en Turkse militairen. Wie bekommert zich dan nog om enkele verweerde rotspanelen?

De eerste aanslagen van de PKK in oostelijk Turkije vinden plaats in 1984. Het mag een wonder heten dat een buitenlander er toch nog in slaagt onderzoek te doen op Judi, net voor het oorlogsgeweld het gebergte van de buitenwereld afsluit. Tijdens de maanden mei-juni van 1983 verblijft de Franstalige assyrioloog Marc Nogaret in de dorpen aan de voet van Judi. Hij bestudeert de Assyrische rotspanelen en toetst zijn bevindingen aan de beschrijving van de reliëfs door King in 1904. Nogaret klimt naar het rotsreliëf Keep d-sanama, ‘veertig minuten boven het christelijke dorp Hassana en ongeveer tien kilometer ten oosten van Shakh’, zoals hij schrijft in het verslag van zijn exploratie. Hij vermeldt dat het bovenste gedeelte van het paneel is ‘uitgewist’, maar dat was al zo toen Gertrude Bell het fotografeerde in 1909.

Image
Sanherib op Paneel IV (Foto Nogaret)
Vanuit Shakh gaat Nogaret op zoek naar de andere Assyrische reliëfs. Hij stelt vast dat het eerste het sterkst lijkt op dat boven Hassana. Het tweede paneel, waar Bell de foto met de Assyrische christen Shimun uit Hassana maakte, is nog steeds in goede staat, vooral het hoofd van koning Sanherib heeft de tijd goed doorstaan. Erger is het gesteld met Paneel III, door King gesitueerd in een smalle rotskloof. King vond het in 1904 nog vrij goed bewaard, maar Nogaret schrijft dat er nu nog slechts een nauwelijks te onderscheiden silhouet van overblijft. Hij klimt ook naar het hoogst gelegen rotsreliëf, dat Gertrude Bell destijds niet kon terugvinden. Bij dat reliëf, door King Paneel IV genoemd, ontdekt Nogaret dat King het paneel exact beschreef in zijn publicatie, maar die beschrijving illustreerde met een verkeerde foto.

Nogaret levert voor het eerst de juiste foto, de enige die tot nu toe het hoogste rotspaneel boven Shakh toont. Het is bovendien een gelukkig toeval dat net op dit paneel het hoofd van Sanherib zo mooi is bewaard. Na 26 eeuwen in weer en wind op eenzame hoogte komt de Assyrische koning naar voren met alle details van zijn strenge gezichtsuitdrukking. Een mens van vlees en bloed, maar toch vooral dat laatste, de bloedige heerser die een spoor van dood en vernieling trok door het bergland van Judi. Nogaret eindigt zijn verslag met de vaststelling dat de rotsreliëfs op Judi de laatste decennia sterker zijn aangetast dan voordien. Het is de hoogste tijd en als er niet snel wordt inbegrepen, zijn ze verloren voor de wetenschap.

Het stenen oog

Wie maalt er nog om wetenschap en geschiedenis als het land in vuur en vlam staat? Hassana, het laatste dorp van de Assyrische christenen aan de voet van de berg Judi, is in 1993 ontruimd door het Turkse leger. Shakh is nog slechts een opeenvolging van verlaten ruïnes tussen het onkruid, ook de Koerdische dorpelingen liepen de militairen voor de voeten en moesten weg. Het Turkse leger heeft er een belangrijk legerkamp uitgebouwd en controleert vanuit Shakh elke beweging in het gebergte. Over nieuwe aanvoerwegen rijden legertrucks en tanks door de vlakte van de Tigris naar Judi. Militaire helikopters stijgen op van de landingsplaats bij Shakh. Ze dreunen op lage hoogte over kale hellingen en donkere bergkloven, over de groene valleien die Gertrude Bell in 1909 van een bovenaardse schoonheid vond. De militairen zien enkel ontvolkt landschap en speuren naar PKK-terroristen tussen de rotspieken van Judi.

Image
Uitkijkpost van het Turkse leger op de berg Judi in ZO Turkije

Niemand bekommert zich om Assyrische rotspanelen die meer dan tweeduizend jaar geleden werden uitgehouwen om een andere verschroeiende oorlogscampagne te gedenken. Ja, het is gekkenwerk, nietige figuren tegen een bergflank. Een Assyrische gids, een goede fotograaf, een oudere man. We zullen die dag in de warme lentezon naar Keep d-sanama klimmen, de Steen van de Afgod boven Hassana, en misschien lopen we het hele eind over de westelijke bergrug van Judi naar de hoger gelegen reliëfs bij Shakh. Ik bezweer u, gelaarsde geweldenaars met wapentuig, die ook maar als een colonne nietige mieren over de hellingen trekt en vreedzamer volk heeft weggejaagd: Verlaat dit gebergte en ga ergens anders vechten! Zou dat helpen? Wie weet… Het stenen oog waakt. Vanuit de donkere holte van zijn rotspanelen kijkt de Assyrische koning Sanherib, hun soortgenoot uit lang vervlogen tijden, op hen neer.     

Tekst - A Thiry - Oktober 2011